Historie
De zorg voor zieken kent in Roermond een lange geschiedenis. Het Laurentius Ziekenhuis is daarin nog relatief jong. Ook vóór de realisatie van het ziekenhuis in 1931 was er al op veel manieren aandacht voor de zieke mens. Naar bovenHospitaal van de Heilige GeestIn 1259 ontstond in Roermond een hospitaal van de Heilige Geest. Paus Alexander IV verleende een aflaat van 40 dagen aan de inwoners van de bisdommen Luik, Keulen en Utrecht, om mee te helpen met de bouw van het hospitaal. Naar bovenHet grote gasthuis op de SteenwegSinds 1278 is er een vermelding te vinden over een hospitaal aan de Steenweg in Roermond. Dit hospitaal stond los van het hospitaal van de Heilige Geest. Mogelijk is dit de oudste vermelding van het gasthuis op de Steenweg. In de loop van de 14e en 16e eeuw kreeg dit gasthuis (gelegen op de hoek van het Munsterplein) meerdere functies. Naast het tijdelijk opnemen van arme of zieke passanten en het langduriger opnemen van ouderen uit de stad (zogenaamde proveniers) werd ook de bedeling aan de armen verzorgd. Naar bovenHet Pollartz-gasthuisIn 1482 heeft de executeurs-testamentair van magister Johannes Pollart een overeenkomst gesloten met de magistraat van Roermond. In het testament van deze proost van St. Walburg in Arnhem was onder andere de oprichting van een gasthuis bepaald. Zes huisarmen vonden in het nieuwe gasthuis een thuis. Het gasthuis op de Steenweg en het Pollartzgasthuis zijn in 1592 verenigd. De nieuwe instelling werd gewoonlijk ‘(Oud) manshuis’ genoemd. Naar boven'Het sieckhuys'Mensen met een besmettelijke ziekte konden terecht in een ‘sieckhuys’ tegen de Spoelpoort op het einde van het steegje tussen de Steegstraat en de Wilhelminasingel, nu ook wel Puylegats genaamd. In de grote stadsbrand van 1554 is dit gebouw uitgebrand. In 1592 en 1593 is het ‘sieckhuys’ grondig hersteld en uitgebreid op kosten van de stad. Naar bovenHet Hospitaal-Generaal, later R.K. GodshuisDe merendeels op middeleeuwse leest geschoeide Roermondse instellingen van weldadigheid, werden door de komst van het Hospitaal-Generaal ingrijpend hervormd. Alleen Roermondenaren die tenminste zes maanden in de gemeente woonden en werkelijk arm waren, werden opgenomen. Bovendien mochten ze niet jonger zijn dan acht jaar en niet zo stokoud dat ze niets meer zouden kunnen. Zwangere vrouwen en krankzinnigen kwamen evenmin in aanmerking. Tenslotte moest een verklaring van de pastoor en van de dokter worden afgegeven, over het katholiek zijn en de gezondheidstoestand van de persoon in kwestie. Omstreeks 1750 was in het Hospitaal-Generaal een betaald verpleegster werkzaam. Voor haar diensten ontving zij 80 gulden Roermonds tractement. Het stadsbestuur bepaalde in 1756 dat de stadsdokter 100 gulden per jaar uit de gemeentekas zou ontvangen voor het genezen van de armlastigen, thuis en in het Hospitaal-Generaal. De chirurgijn, die zijn handen moest gebruiken voor het ‘lijfelijk’ werk van behandeling en genezing, kreeg 120 gulden per jaar. De apotheker kreeg 200 gulden, waarvoor hij alle nodige medicijnen aan de patiënten gratis moest leveren. Bij nalatigheid werd het salaris gekort. De bezetting van Roermond door de Franse troepen in 1794 betekende het begin van een periode van moeilijkheden en onzekerheden. In 1850 hebben de regenten van het Hospitaal, inmiddels omgedoopt tot R.K. Godshuis, met de zusters van Liefde van Tilburg een overeenkomst gesloten. Naar bovenDe Louisastichting1858-1930 In 1850 overleed de rijke freule Maria Louisa Charlotte Hubertina de Pollart. Zij was een van de laatste afstammelingen uit het nobele geslacht, waarvan de naam verbonden was aan het Pollartzgasthuis. In 1858 werd de Louisastichting opgericht, met het college van regenten van het R.K. Godshuis als bestuur. In het begin was er vooral veel aandacht voor de verpleging van armlastigen. Maar de verpleging van betalende patiënten kwam steeds meer op de voorgrond. De panden van het Godshuis leken niet geschikt te maken voor een ‘aan de eisen der wetenschap voldoende geneeskundig gesticht’. Een arts vertelde in 1904: ,,Er zijn in het Louisahuis een operatiekamer; een mannen- en een vrouwenziekenzaal, twee kamertjes tot het verplegen van betalende patiënten, een mannen- en een vrouwenreconvalescentenkamer. De operatiekamer mist ruimte en geschikten vorm. De vloer is ondoelmatig. De vorm der ziekenzalen is niet geschikt voor een doelmatige plaatsing der bedden. De verlichting in de vrouwenziekenzaal is uiterst gering. De nabijgelegen boerderij (van het R.K. Godshuis, dicht bij het complex) verspreidt soms een onaangename lucht en levert in den zomer een groot aantal vliegen." Vanaf het Munsterplein kon het beloop van een operatie gadegeslagen worden! Architect ir. Joseph Cuypers stelde een nieuwbouwplan op voor een ziekenhuis (ƒ 92.000) en de bouw van een kapel (ƒ 25.000). In 1913 was het nieuwe ziekenhuis klaar, en steeg het aantal patiënten enorm. Naar bovenVerwikkelingen rond een nieuw ziekenhuisIn 1918 heeft de deken van St. Christoffel voorgesteld een nieuwe kerk in het Roermondse Veld op te richten. Ook een nieuw ziekenhuis bij de Heilig Hartkerk werd serieus overwogen. De realisatie heeft echter nog jaren geduurd. In 1919 is aan mgr. P.L. Driessen gevraagd of er belangstelling bestond bij de congregatie van de Kleine Zusters van de Heilige Joseph in Heerlen voor de bouw van een nieuw ziekenhuis. In 1926 deelde mgr. Driessen de gemeente mee eerst klein te willen bouwen. Later werden hier ook zusters van het Groene Kruis aan de Swalmerstraat en patiënten die geen plaats konden krijgen in het Louisahuis ondergebracht. Er rustte geen zegen meer op het Louisahuis als ziekenhuis. De Overste in Tilburg en haar assistenten besloten in 1929 het Louisa- en Godshuis te verlaten. Dit bracht de gemeente in grote moeilijkheden en betekende op den duur het definitieve einde van de Roermondse ziekenhuiskwestie. Naar bovenSt. Laurentius ZiekenhuisIn november 1923 toonde mgr. Driessen een ontwerpplan van het nieuwe ziekenhuis. De commissie keurde het ontwerp af, onder andere omdat het ziekenhuis teveel in het centrum lag waardoor het niet geschikt zou zijn voor zieken. Een andere architect, later overgenomen door ir. A. Swinkels, veranderde de plannen in 1928. Het totale werk werd uitgevoerd onder eigen beheer van de congregatie. Het ziekenhuis maakte een start met 180 bedden, plus 20 bedden voor het Rochuspaviljoen. Op 15 oktober 1930 overleed rector P.L. Driessen in Heel. Bij de plechtige opening van het Sint Laurentius Ziekenhuis op zondag 10 mei 1931 stond het portret van de rector opgesteld, als hulde aan zijn nagedachtenis. Op deze dag verzorgde de plebaan-deken van Roermond Laurentius Le Bron de Vexela de inzegening. De verhuizing van de patiënten, verpleegd in het Louisahuis, naar het ziekenhuis vond plaats op 1 mei 1931. Het ziekenhuis had voldoende grond ter beschikking en was gelegen in het centrum van de stad met goede verbindingswegen. Dit bleek zeer waardevol te zijn toen in de loop der jaren diverse verbouwingsplannen werden voorgesteld, om het ziekenhuis goed te laten functioneren in de regio. Bij de uitbreiding van het ziekenhuis was er steeds goed overleg met ir. A. Swinkels. Het Roermondse ziekenhuis heeft hij altijd, als eerste van de vele ziekenhuizen die hij heeft ontworpen, een warm hart toegedragen. Swinkels heeft ervoor gezorgd dat de geleidelijke uitbouw en renovatie van het ziekenhuis steeds heeft plaatsgevonden binnen een generaal plan, zodat men zich nooit heeft ‘vastgebouwd’. Naar boven |
